Zo doen wij het
Een kamp hoeft niet strak gepland te zijn
Wij organiseren Wie-is-de-Birdie-kampen voor verschillende leeftijden, maar de basis is bijna altijd hetzelfde: een paar grote spellen, de Alleskunner als tussendoortje, een Birdie met veel vrijheid en vooral genoeg ruimte om onderweg te improviseren.
1. Werk met bouwstenen, niet met een minuut-tot-minuutplanning
We bereiden vooraf een aantal grotere spellen voor. Daaromheen gebruiken we korte Alleskunner-opdrachten om gaten op te vullen of een onverwacht rustig moment meteen weer spanning te geven. De volgorde van de spellen ligt bij ons meestal niet helemaal vast.
In een kamp loopt bijna altijd iets anders dan gedacht: een spel duurt langer, het weer verandert, materiaal blijkt niet te werken of een locatie valt af. Dat is geen probleem maar onderdeel van het kamp. Zorg dus voor genoeg spellen om uit te kiezen en durf ter plekke te schuiven.
2. Bereid de Birdie goed voor
De Birdie krijgt bij ons meestal vooraf te horen wat zijn of haar rol is. Zeker bij jongere deelnemers helpt het enorm als die persoon zich thuis al kan voorbereiden.
- Geef eventueel een speelboek met de spellen en belangrijke antwoorden.
- Moedig aan om actief te saboteren in plaats van alleen voorzichtig mee te spelen.
- Laat liegen, misleiden en kleine sabotages onderdeel van de rol zijn.
- Geef genoeg speelruimte: een te voorzichtige Birdie haalt veel spanning uit het spel.
3. Gebruik een thema als rode draad
Een eenvoudig verhaal maakt losse opdrachten veel meer één geheel. Bij jongere groepen kan dat bijvoorbeeld een verdwenen prijzenpot zijn. Bij oudere groepen kan het een groter mysterie of een daderverhaal worden.
Laat het thema terugkomen in kaarten, enveloppen, aanwijzingen, namen van spellen en de onthulling. Met weinig extra materiaal voelt het kamp daardoor meteen veel groter.
4. Beloon zowel de groep als de Birdie
Wij werken graag met twee prijzenpotten: één voor de Birdie en één voor de rest van de groep. Per opdracht bepalen we hoeveel prijzen er te verdienen of te verliezen zijn. Soms verschuift er onderweg zelfs iets van de ene pot naar de andere.
Bij de finale geldt bij ons meestal: wordt de Birdie niet gevonden, dan houdt de Birdie zijn of haar prijzen. Wordt de Birdie wel gevonden, dan voegen we de prijzen samen en delen we ze met de groep.
5. Geef iedereen iets om voor te blijven spelen
Naast het ontmaskeren van de Birdie werken extra prijzen goed. Denk aan een prijs voor degene met de meeste goede vragen en een prijs voor de winnaar van de Alleskunner.
Daardoor blijven ook deelnemers die al min of meer zijn vrijgesproken of minder verdacht zijn de vragen serieus invullen en actief meedoen.
6. De belangrijkste regel: durf te sturen en te improviseren
Probeer vooraf niet alles dicht te timmeren. Kijk tijdens het kamp wat het spel nodig heeft. Doet de Birdie het uitzonderlijk goed, dan kun je de groep wat extra kansen geven. Gaat de groep juist veel te hard, dan kun je de Birdie wat helpen. Ook de leiding mag het spel soms een klein duwtje geven.
Hetzelfde geldt voor de dynamiek. Iemand die sterk verdacht wordt kan juist heel waardevol zijn om langer in het spel te houden, omdat dat de twijfel en de uiteindelijke onthulling veel leuker maakt. Beleving gaat bij ons daarom vaak vóór een volledig rigide puntensysteem.